FAQ - Milieugebruik
Waarom is het motorgebruik met plantaardige olie CO2-neutraal?
Schone plantaardige olie als brandstof garandeert een gesloten CO2-kringloop: een groeiende olieplant heeft voor de productie van olie precies evenveel kooldioxide nodig als door deze verbranding wordt vrijgegeven.
Waarom vermindert de roetuitstoot bij het rijden met plantaardige olie?
De roetuitstoot wordt bij plantaardige olieverbranding ten opzichte van dieselverbranding aanzienlijk gereduceerd. Bovendien leidt de verschillende oppervlaktespanning tot grotere druppels, die zich als drager van de roetdeeltjes beter laten uitfilteren. Dit te weten is relevant omdat de fijne nucleon geleidingsdeeltjes bij dieselbrandstof tot diep in de longen kunnen doordringen, en wat volgens de tegenwoordige wetenschap kankerverwekkend kan zijn.
Welke verdere ecologische voordelen toont plantenbrandstof aan?
Olieplanten zijn bijgroeiende grondstoffen en daarmee vernieuwbaar en onafhankelijk van de restvoorraad aan fossiele brandstof resp. aan aardgas. Plantaardige olie belast de gezondheid niet door benzol of andere schadelijke dampen. Het bedreigt noch de zeeën noch het grondwater en draagt niet bij aan zure regen, omdat het geen zwavel bevat. Het is in tegenstelling tot fossiele olie of aardgas nog giftig noch explosief.
Waarom is raapzaad een doelmatige cultuur?
Raapzaad kan slechts 3-4 jaar geteeld worden: zo bestaat er geen gevaar voor monocultuur. Bovendien komen in de verschillende regionen ook andere olievruchten als olieleverancier voor. Raapzaad is voor de landbouw een doelmatige cultuur, omdat het de grond voor volgende culturen met belangrijke grondstoffen verrijkt. Of het in de raapteelt op een intensieve of een extensieve landbouwtoepassing aankomt, hangt niet van de raap af. Om ecologische redenen zal aan aanschafbronnen, met stikstof gereduceerde teelt, de voorkeur worden gegeven.
Wat is de vergelijking met op gas aangedreven voertuigen?
Juist in agglomeraties biedt het gebruik van op gas aangedreven machines het voordeel van de duidelijk geringere luchtbelasting, die vaak de wezenlijke reden van de beslissing voor gas als aandrijfstof weergeeft. Hierbij zijn er twee varianten: het autogas (Liquid Petroleum Gas - LPG) en het aardgas (Compressed Natural Gas - CNG).
Na de huidige toestand in de techniek kan aardgas alleen in speciale, voor het gas gebruik geconstrueerde, Ottomotoren gebruikt worden. Een eerste stap naar de inzet van aardgas is het Dual Fuel systeem, bij gas die in de aanzuiglucht van de diesel ingebracht wordt en in de motor van dieselbrandstof ontstoken wordt. Afhankelijk van het systeem kan tussen de 60-80% van het gas aandeel bereikt worden. Om de koolwaterstof emissie in de uitlaatgas gering te houden, wordt aanvullend een oxicator ingebouwd. De ombouw bestaat uit drukhouders, veiligheidselementen, gasmengers en besturingsapparaten. Nadeel van beide gas varianten is het viermaal grotere tankvolume bij een gelijke verbrandingswaarde. Daardoor wordt de toepassingsmogelijkheid van gas gebruik in het afstandsverkeer afdoende beperkt. Bovendien draait het er bij gas om, om geen regeneratieve brandstof, en daarmee geen langlopende sterke aanslag, te krijgen. De afhankelijkheid van bepaalde exportlanden blijft bestaan.

