Redenen tot ombouw - Globale energiepolitiek
Wereldwijde heroriëntatie in de energiepolitiek
De winning van fossiele brandstoffen zoals aardolie en aardgas zijn niet onuitputtelijk. Nieuwe , meestal kleinere, olievelden zullen in de toekomst alleen nog met aanzienlijke meerkosten te exploiteren zijn. Een groot deel van deze nog beschikbare aardolie en aardgasvoorraden bevinden zich in politiek zeer onstabiele landen. Nigeria en Rusland zijn twee zeer recente voorbeelden.
Ook de snel groeiende wereldeconomie zorgt voor een toenemende vraag naar energie. Alleen al de toenemende energievraag, door de economische ontwikkeling in China en India, zullen de prijs en het aanbod van fossiele brandstoffen op de energiemarkt sterk doen beïnvloeden.
De beste ontwikkelingshulp
Van de meer dan 2.000 olievruchten is een groot aantal in principe geschikt als plantaardige brandstof. Veel van deze vruchten, bijvoorbeeld purgeernoot of lathropa, vinden uitstekende groeimogelijkheden in economisch zwakke regio's, die momenteel zeer aan een energie afhankelijkheid zijn onderworpen. Zulke ontwikkelingslanden kunnen van olie importeurs, energie exporteurs worden en een grote bijdrage leveren aan de wereldwijde vraag naar plantaardige olie als brandstof.
Prof. Dr. Ernst Schrimpff, Universiteit Weihenstephan, over dit thema: „Met de overwegingen voor een potentieel van plantaardige olie mogen wij ons echter niet tot de grenzen van Duitsland beperken. Wij doen dat betreffende de dieselbrandstoffen en benzine van vandaag de dag ook niet: duidelijk minder dan 1% van de Duitse aardolie behoefte komt uit de Duitse aardoliebronnen! Wereldwijd gezien is het potentieel aan plantenoliën zelfs voor de huidige aardoliebehoefte voldoende. In Afrika zou 12% van het landoppervlakte in beslag worden genomen, dat is wereldwijd amper 2,6%. Aan die geschikte landbouwgronden zal het niet ontbreken. Ook minder geschikte zandgronden kunnen bij uitstek zeer geschikt zijn voor verbouwing van meerjarige oliehoudende planten. De plantaardige olie productie zal tot een bron van nieuwe inkomsten leiden voor de plaatselijke bevolking.
Deze feiten zijn niet nieuw. ELSBETT had dit in de jaren 70 en 80 al op televisie gepropagandeerd, maar dat werd toen niet algemeen aangemoedigd. Maar ja, vaak duren sommige dingen wat langer.


