Plantaardige olie en......... Rijden.op.frituurolie - Standaard norm en soorten olie
Er kan ook op geperste olie van gewassen gereden worden die niet geschikt zijn voor consumptie. Ook olie die na een eerste gebruik goed wordt schoon gemaakt volgens de norm is bruikbaar. Kan het milieu vriendelijker?
Houdt u aan de standaard!
Een gesmeerd motorgebruik evenals de handhaving van onze garanties, vereisen het gebruik van een onbeperkte motorgeschikte plantaardige olie. Evalueert men de gebruiksstoringen bij het rijden op plantaardige olie, dan is er »Spelbreker Nr. 1«, het gebruik van niet geschikte plantaardige olie, wat tot bijvoorbeeld verstopping van de brandstoffilters kan leiden.
Sinds kort is er een Din norm voor PPO en wel DIN 51605.Er bestaat reeds sinds het jaar 2000, voor raapzaadolie de zogenoemde Weihenstephan-standaard. De door u gebruikte olie moet , alles bij elkaar, voldoen aan de gespecificeerde kenmerken van deze standaard. Bij uw aankoopadres zal deze standaard bekend zijn en gegarandeerd kunnen worden. Achtergrondinformatie over het thema plantaardige oliestandaard vindt u in een voordracht van Günter Elsbett.
Plantaardige olie kan overigens worden opgeslagen, omdat het niet tot een gevarenklasse voor goederen behoort, ook heeft het geen WHG- of TrbF voorschriften. Plantaardige olie behoudt zijn motorgeschiktheid over meerdere jaren, het mag echter niet onbeschermd aan de zon blootgesteld zijn en met geen condensatiewater in aanraking komen.
Koolzaadolie
KOOLZAAD (Brassica napus), is een gewas dat met name in de provincies Groningen en Flevoland enkele decennia geleden veel geteeld werd. In Nederland wordt overwegend winterkoolzaad verbouwd. Winterkoolzaad wordt gezaaid van half augustus tot begin september en geoogst van begin juli tot en met de derde week van juli. Zomerkoolzaad wordt van maart tot 10 april gezaaid en geoogst van half augustus tot eind augustus. Zomerkoolzaad heeft een kort groeiseizoen en brengt daardoor minder op. Uit het zaad wordt olie getrokken dat vele toepassingen heeft. In de maanden april en mei zijn de helgele velden van verre zichtbaar en trekken veel dagjestoeristen.
In 2003 besloeg het areaal in de provincie Groningen zo’n 600 hectare. In 2004 is dit gegroeid naar 1200 hectare. Het gewas lijkt dus met een terugkeer bezig. Dit heeft voornamelijk te maken met een groeiende interesse in koolzaad als biobrandstof (PPO).
In vroeger dagen verbouwden boeren in Groningen en de Flevopolder vele duizenden hectares. In de Flevopolder was het zeer geschikt om de bodem bewerkbaar te maken voor verdere landbouw na de inpoldering. In het midden van de twintigste eeuw werd maar liefst 30.000 hectare bebouwd. Toen petroleum de prijs deed dalen liep de verbouw terug tot 6000 hectare omstreeks 1985.
Verreweg het merendeel van de velden ligt in het Oldambt (Oost Groningen) met enkele percelen in Noord Groningen.
Een ha winterkoolzaad brengt ongeveer 3300 kilo zaad op en zomerkoolzaad een derde minder. Het koolzaad bevat 40 tot 45% olie.
Zonnebloemolie
De zonnebloem (helianthus annuus) is een tot 3 meter hoge plant waarvan de zonnebloempitten voor allerlei doeleinden worden gebruikt. De plant hoort tot de familie der composieten en is eenjarig. Het bloemhoofd kan wel een diameter hebben tot 30 centimeter. De bloem wordt gemakkelijk gekweekt uit een pit. Bloeiende zonnebloemen op een akker wijzen naar het oosten, waar de zon ‘s morgens opkomt. Onvolwassen zonnebloemen waarvan de bloemknop nog niet geopend is vertonen heliotropisme: overdag draait de bloemknop op zonnige dagen mee met de zon van oost naar west. ‘s Nachts keert de bloemknop terug naar de oostelijke stand. Deze dagelijkse beweging wordt bewerkstelligd door een flexibel segment van de stengel onder de bloemknop, de pulvinus. Tegen de tijd dat de bloem begint te openen verstijft de pulvinus, in de oostelijke stand. Daardoor wijzen bloeiende zonnebloemen de hele dag naar het oosten, terwijl hun heliotropisme al voorbij is.
Zonnebloemen komen oorspronkelijk uit Noord en Zuid-Amerika en zijn gedomesticeerd rond 1000 voor Christus. De Inca’s vereerden de zonnebloemen als beeld van hun zonnegod. In 1530 werd de zonnebloem door Spaanse zeelieden naar Europa gebracht.
Tegenwoordig bestaat er een kweekvorm met een hangend hoofd , die aantrekkelijk is voor boeren omdat de bloemen minder beschadigd worden door vogels en vuil vanuit de lucht.
Zonnebloemen worden gekweekt voor de zonnebloemolie, die veel gebruikt wordt in de keuken en als basis voor allerlei andere producten waar plantaardige olie in verwerkt wordt. Hij bevat veel onverzadigde vetzuren en is goed bestand tegen hitte en kan daarom voor het frituren gebruikt worden. In geraffineerde vorm wordt de olie ook voor industriële doeleinden gebruikt zoals voertuigen die er op kunnen rijden. De CO2 die door de plant is opgenomen komt dan weer vrij. Het na het uitpersen van de pitten resterende meel wordt als veevoer gebruikt.
Jatropha olie

- En zo wordt de woestijn in Tanzania weer groen!
Achtergronden en mogelijkheden
De plant ‘Jatropha Curcas’
Jatropha curcas (verder Jatropha genoemd) behoort tot de familie Euphorbiaceae en is nauw verwant aan de rubberplant. De plant groeide oorspronkelijk in Zuid-Amerika en Afrika maar werd door de Portugese kolonisten verspreid over de wereld. De stam van de plant is grijs en scheidt een wit vocht af als hij wordt doorsneden. Normaal wordt de Jatropha struik zo’n 3 tot 5m hoog maar in ideale omstandigheden groeit de struik uit tot hoogtes van 8 tot 10m. De bloemen worden bezocht door bijen en de bladeren zijn 10 tot 15cm lang. De vruchten rijpen in de winter als de struik geen bladeren meer heeft (droge gebieden). Elke bloemtros zorgt voor zo’n 10 of meer vruchten. Normaal gezien zijn er 1 tot 2 oogsten, maar er kunnen nog meer oogsten per jaar zijn als de temperatuur voldoende hoog is en de plant voldoende water krijgt.
In sommige gebieden groeit de plant in het wild. In andere gebieden (geïrrigeerde woestijn) moet Jatropha aangeplant worden. De plant wordt vermenigvuldigd door het nemen van stekken of met zaden. De belangrijkste eigenschap van de plant is dat ze zeer goed tegen droogte kan en zeer snel kan groeien.
Ecologische vereisten
Jatropha groeit bijna overal in warme gebieden: op grint, rotsbodem (in spleten) en zandbodems en zelfs op zoute gronden. Er zijn dus zo goed als geen speciale vereisten wat betreft klimaat of (onder)grond. Jatropha groeit in tropische, subtropische, woestijn en half woestijngebieden en kan goed tegen koude,maar niet tegen vorst Reeds bij een lichte vorst verliest de plant zijn bladeren en gaat de oogst spectaculair naar beneden. In de droge seizoenen verliest de plant zijn bladeren. De afgevallen bladeren zorgen voor kompost rond de plant. De plant overleeft met zeer weinig water Bij zeer grote droogte gooit de plant zijn bladeren af om nodeloze waterverdamping te vermijden. De afgevallen bladeren bedekken de bodem rond de plant en zorgen ervoor dat er geen nodeloze waterverdamping gebeurt vanuit de bodem. Omwille van zijn weerstand tegen droogte is de plant in het bijzonder geschikt om bodemerosie tegen te gaan (zandduinen). Hij kan worden aangeplant als pionierplant op dorre gronden (bvb. in woestijngebieden). Hierdoor zijn er heel wat ecologische maar ook economische perspectieven voor deze gebieden. Jatropha groeit zodra er 500 tot 600mm regen per jaar valt en kan tegen langdurige droogte. Als het minder regent, dan groeit de plant niet tenzij de luchtvochtigheid hoog is. In woestijngebieden overleeft de plant met behulp van druppelirrigatie
Toepassingen van de plant
In kleine dorpsgemeenschappen wordt Jatropha gebruikt als omheining rond akkers, weiden en bossen. De plant voorkomt er bodemerosie door wind. En omdat de plant giftig is, beschermt hij de oogst tegen grazende dieren zoals vee en zelfs geiten.
De zaden bevatten gemiddeld 6,6% water, 18,2% proteïnen, 38% vet, 17,3% koolhydraten, 15,5% vezels, 4,5% asrest. Het oliegehalte van de zaden is 35% tot 40% en de pit bevat 50 tot 60% olie. De olie bevat 21% verzadigde vetzuren en 79% onverzadigde vetzuren.
Er zitten chemische stoffen in de zaden met toxische en laxerende eigenschappen zodat deze niet geschikt zijn voor menselijke consumptie..
De perskoek is rijk aan stikstof, fosfor en kalium en kan als substituut voor dierlijke meststof gebruikt worden of als vervangmiddel voor de dure kunstmest. De bladeren composteren en zorgen voor een verhoogde microbiologische activiteit in de bodem.
Jatropha olie is een milieuvriendelijke, betaalbare hernieuwbare energiebron en kan als vervangmiddel gebruikt worden voor diesel, kerosine, LPG, steenkool en hout. Voor de derdewereldlanden kan dit heel wat deviezen uitsparen en de handelsbalans positief beïnvloeden.
Jatropha olie heeft een bijzonder economisch potentieel voor de derdewereldlanden. Het kan als vervangproduct dienen voor geïmporteerde grondstoffen en als exportproduct. (cosmetica, autobrandstof). Er bestaan technieken om Jatropha te laten groeien met of zonder irrigatie. De plant benut het (schaarse) aanbod aan water optimaal. De plant is zeer interessant omdat hij weinig investeringen vergt. Hij brengt snel op en blijft lang in productie en zorgt voor een grote werkgelegenheid in landelijke gebieden. Er is een zekerheid van opbrengst.
Daarnaast zijn er mogelijkheden voor kleinschalige landelijke industriële activiteiten. Jatropha stelt hernieuwbare energie ter beschikking op een gedecentraliseerde wijze. Maar er is vooral een zeer groot potentieel om woeste onvruchtbare gronden te herbebossen.
Vooral de toename van de werkgelegenheid en de economische opbrengsten zijn voor arme landen van groot belang. Wereldwijd is er een zeer groot areaal aan woeste gronden. In India alleen al is er 175 miljoen ha grond die kan omgezet worden in mooie groene valleien.
Een Indische studie wees uit dat 10miljoen ha Jatropha, 15miljoen ton zaad oplevert wat kan leiden tot 4miljoen ton olie of 10% van de Indische dieselmarkt. Als 1 werknemer per 5ha nodig is, dan kunnen 2 miljoen jobs gecreëerd worden. De perscake kan vergist worden en omgezet worden in biogas en een hoogwaardig compost.
Omdat Jatropha olie lokaal, kleinschalig kan geproduceerd worden maar wel een hoog potentieel heeft gezien het hoge areaal aan landbouwgrond dat beschikbaar is voor deze teelt, kan Jatropha olie als duurzame hernieuwbare energiebron beschouwd worden. En dit vooral ook omdat er zeer weinig investeringen voor nodig zijn. Jatropha olie heeft ook een groot ecologisch potentieel: niet enkel de nuluitstoot inzake zwavel, maar vooral ook de tonnen zuurstof die de plant zal genereren in gebieden waar daarvoor niets groeide. Jatropha heeft bijna geen water nodig waardoor er geen concurrentie ontstaat met het gebruik als drinkwater en naar de voedselproductie toe.
Met dank aan Guy Dries van www.ppo.be voor de informatie.
Rijden op gebruikte olie
Filterhandleiding
Deze filter handleiding is geschreven door Niek en beschrijft zijn ervaringen met het filteren van gebruikte plantaardige olie (WVO). Deze handleiding is zijn manier van schoonmaken. Er hebben al heel veel wagens probleemloos mee rond gereden, wat natuurlijk niet wil zeggen dat het aan de DIN norm voldoet die Elsbett voorschrijft.
Filteren van WVO, van vettigheid tot schone olie.
Het probleem.
WVO (Waste Vegetable Oil) of GPO (Gebruikte Plantaardige Olie) bevat afvalresten van voedingsmiddelen, bijvoorbeeld kruimels paneermeel, stukjes friet, etc.
De afvalresten zitten in de olie als vaste deeltjes (kruimels, frietresten). Verder zit er in de olie nog water en in water opgeloste stoffen (zouten, suikers). Deze verontreiniging “zweeft” in de olie. Het “mengsel” van olie en water is een emulsie. Het mooie van een emulsie is, dat de zwaardere delen in een vat naar de bodem zakken. Als je een emulsie maar lang genoeg laat staan zakt het zwaardere deel (water met daarin opgeloste stoffen en andere zware verontreinigingen) uit naar de bodem van het vat. Ik noem het hier maar “prut” Dat is grijze vettigheid, die kennelijk ontstaat na langdurige verhitting en veel gebruik. Hoe langer de frietboer de olie heeft gebruikt, hoe meer “prut” er in de olie zit.Volgens informatie op een aantal Amerikaanse fora bevind zich in de olie op moleculair niveau ook nog water tussen de oliemoleculen. Dit water zakt niet uit.
De oplossing.
Het principe van het filteren is eenvoudig. De afvalresten en andere grove deeltjes kunnen gefilterd worden. De “prut” emulsie kan door uitzakken en filteren afgescheiden worden. Daarmee is ook meteen het overgrote deel van het water met de daarin opgeloste stoffen als zouten en suikers afgescheiden.Het water tussen de oliemoleculen blijft gewoon zitten. In hoeverre dit een probleem is? De meningen zijn verdeeld. Aan het einde van dit hoofdstuk kom ik hier nog kort op terug.
De praktijk.
De praktijk is altijd wat weerbarstiger dan de theorie. In mijn eerste opstelling dacht ik slim te zijn. Als ik er maar voor zou zorgen, dat de VWO na afscheiden van het meeste vet en de grofste delen, door een dieselbrandstoffilter zou stromen, dan had ik de klus geklaard. Zo heb ik 2000 liter gemaakt, waarvan ik dacht, dat het prima spul was. Totdat ik onderin het opslagvat kwam: alle vettigheid had zich daar opgehoopt. Kennelijk is filteren door een dieselfilter onvoldoende. Ook het gesjouw met jerrycans en geknoei met vettigheid wordt je gauw zat.Na deze negatieve ervaring heb ik mijn filterinstallatie gewijzigd, en al lerend, zal hij nog wel meer gewijzigd worden. Het is inmiddels een hele fabriek geworden.
De volgende kwaliteitseisen heb ik mezelf gesteld:
1. Heldere olie
2. Geen zwevende deeltje na schudden
3. Alles gefilterd tot 1 mu
4. Twee maanden stabiel
Door het stellen van deze eisen, is de olie geschikt voor bijmengen met gewone minerale diesel olie (voor de mengers onder ons) en voor een tweetanksysteem zonder verwarmde 2e tank (voor de pure rijders).
De installatie is gebouwd om met zo min mogelijk arbeid en geknoei zo’n 1000 liter per maand te kunnen produceren. Hieronder het proces:
Stap 1
Stap 1: Van de frietboer naar de werkplaats
Ophalen van olie. De olie is opgeslagen in vaten van 100 liter of meer. Met behulp van een dompelpomp van 750 watt (Aldi of Pico Bello, 35 Euro per stuk) overgepompt in IBC (transport)container (30 Euro) op aanhanger. De pomp moet zeker 750 watt vermogen hebben om ook de vettigheid te kunnen verwerken. Mijn Gardena tuinpompje (250 watt) kon het niet aan.
Stap 2
Stap 2: Voorfilter
De bedoeling van het voorfilter is om de ergste vettigheid en de grofste delen op te vangen. In de eerste opstelling had ik dit filter niet en werd de aangevoerde olie direct op een 10 mu filter gepompt. Dat leidde tot snelle verstopping van het filter zoals beschreven in stap 3. Gevolg: hoge kosten voor 10 mu filters en vertraging van het filterproces. De in de IBC container aangevoerde (vervuilde) olie wordt in een ontvangstvat opgevangen. In het kastje op het vaatje ligt op een rvs gaas een muskieten netje. Daarmee worden de grofste delen opgevangen. De van de grofste delen ontdane olie wordt doorgepompt naar het voorfilter. Aan het ontvangstvat is een pomp gemonteerd. De pomp is een eenvoudige tuinpomp met een vermogen van 1000 watt (Welkoop, 40 euro).Het vermogen moet minimaal 1000 watt zijn, omdat het ook de resten uit de volgende stappen moet kunnen verwerken. Het ontvangstvat is gemaakt van een PVC vaatje van 60 liter. De multiplex plaat is gemonteerd om knoeien te voorkomen en het muskieten gaasje te kunnen plaatsen. In het vat wordt ook los aangevoerde olie van particulieren gestort. Ontvangstvaatje met dompelpomp voert de vervuilde olie naar het vat van het voorfilter. Dit is een liggend vat van 200 liter op ongeveer 2,5 m hoogte met daaronder de filters. Het vat ligt op een stelling.
Aan die stelling zijn 8 filterpijpen gemonteerd. De olie stroomt via een verdeelleiding naar de filterpijpen. Per pijp een 3/4 duims aftap kogelkraan (Wildkamp, 5 euro). De filterpijp bestaat uit een stukje PVC pijp diam 16 cm, lengte 15 cm. Dit stukje pijp valt in een bredere PVC pijp met een bodem. Pijp diameter 25 cm, lengte 100 cm.
De PVC pijp diameter is nieuw te koop, maar kostbaar (meer dan 20 euro per meter). Ik heb ze opgeduikeld via marktplaats.nl (5 euro per meter). Elk ander materiaal voor de filterpijp is natuurlijk prima, zolang de diameter van de pijp maar groot genoeg is: de nylonkousen moeten ook in gevulde staat vrij kunnen hangen.
In de PVC pijp van 16 cm wordt een nylonkous van 90 denier gehangen. De kous wordt vastgehouden door een taps toelopende houten klos met een gat in het midden. De houten klos heb ikzelf gedraaid van een stuk afvalhout. Als je een fijnere kous (hoger denier getal) gebruikt, raken de kousen te snel verstopt.Als je een lager denier getal (dunnere kousen) gebruikt, wordt er te weinig “prut” gevangen en raakt je filter in stap drie alsnog verstopt. NB: Alles hangt wel af van de buitentemperatuur en de kwaliteit van de aangevoerde olie. De verdeelleiding is gemaakt van koperen buis diameter 22 mm. De filterpijpen (donkergeel op de foto) zijn gemaakt van PVC rioolbuis.Het onderste deel van de buis is dichtgemaakt met een PVC deksel. In het deksel is een kraantje gemonteerd om bij eventuele lekkage de filterpijp te kunnen sluiten. De gefilterde olie stroomt via een verzamelleiding (weer 22 mm koper) naar een opvangvat met een dompel pomp.De capaciteit van het filter hangt sterk af van de kwaliteit van de aangevoerde olie. In mijn geval 200 tot 400 liter per dag. Als de filters verstopt raken, uitnemen en schoonmaken. Schoonmaken alleen met de wringer uitwringen. Spoelen is niet nodig.
Stap 3
Stap 3: Filtervaten 10 mu
Vanuit het opvang vat van het voorfilter wordt met behulp van een dompelpomp de voorgefilterde olie naar het filtervat gepompt. Ongeveer 50 liter per keer. Het filtervat is een metalen 200 liter drum (oliedrum, gratis af te halen bij je garage) , van boven open. In de bodem een aftapkraan (Gamma vul-aftapkraan, 4,5 euro) en in de wand op 1/3 van de bodem een kogelaftapkraan diameter 22 mm (Wildkamp, 5 euro).In de open bovenkant van het 200 liter vat wordt een specie (cement) kuip (Gamma, 5 euro) geplaatst.In de bodem van de kuip zijn 10 mm gaatjes geboord. Zorg ervoor, dat het filterdoek iets vrij ligt van de bodem van de kuip, anders verstopt het filter snel op de plaatsen waar de gaatjes zitten.Ik heb op de bodem een hoopje ketting gelegd met daarop een rvs gaas (openingen 5 mm) om ervoor te zorgen, dat de gaatjes vrij blijven. Filterdoek is te bestellen bij Caddy Daddy tuning shop of bij Lampe. Kosten per filter ongeveer 1,50 euro.Ik heb twee filtervaten en kan dus 100 liter per keer filteren. Per dag is afhankelijk van de temperatuur 100 tot 300 liter te filteren.
Stap 4
Stap 4: bezink vaten.
Als twee batches van 50 liter gefilterd zijn, kan je de olie een tijdje laten bezinken of naar de bezink vaten pompen. Het overpompen gaat met een dompelpomp, die onder de filtervaten in een specie kuip staat en de olie naar de bezink vaten pompt.Een bezink vat ziet er hetzelfde uit als het filtervat: Een vul-/aftapkraan in de bodem en kogelkraan 22 mm in de zijwand op 1/3 van de bodem. De op 10 mu gefilterde olie moet hier minimaal 5 dagen (liever 3 weken) bezinken.Vooral om de “prut” uit te laten zakken. De snelheid van bezinken is afhankelijk van de temperatuur: ’s winters bij temperaturen rond het vriespunt duurt het vaak 10 dagen. Ik heb 6 bezink vaten.
Elk vat heeft een capaciteit van ongeveer 130 liter en 70 liter voor bezinksel. Per vat kun je ‘s zomers dus ongeveer 25 liter per dag laten bezinken. Voor 6 vaten is dat 150 liter per dag. 150 liter per dag en dat is precies de capaciteit van mijn eindfilter (zie stap 7 )
Stap 5
Stap 5: Filter 90-100 denier
Als de olie 5 of meer dagen uitgerust is, wordt het via een dompelpomp opgepompt naar een filterinstallatie, die identiek is aan het voorfilter, maar met slecht 4 filterpijpen. Hierin kousen van 90-100 denier.Ik weet niet met hoeveel mu dat overeenkomt, maar het is fijner dan een gewoon diesel brandstoffilter. Als je beschikt over een verwarmde tweede tank in je auto, zou dit al meer dan genoeg zijn.
De koperen verdeelleidingen en verzamelleidingen zijn hier wat dunner dan bij het voorfilter (15 mm. In plaats van 22 mm.) Een vat van 200 liter kan met vier filterpijpen en denier 90 in 24 uur gefilterd worden. De gefilterde olie wordt weer via een verdeelleiding opgevangen in een vaatje met een dompel pomp.In het vat met de dompelpomp kan per 1000 liter 150 cc Kathlon (Visserij coöperatie, 35 euro per liter) toegevoegd om bacterie vorming tegen te gaan.Na 200 liter filteren de kousen uitnemen. Daarin zitten twee componenten: vettigheid en heldere vloeistof. De heldere vloeistof gaat terug naar stap 1 (voorfilter) en de vettigheid gaat in een jerrycan (afvoer of mengen met zaagsel tot pellets voor in de houtkachel). De kousen worden met behulp van de wringer schoongemaakt en voor hergebruikt gewassen met een beetje petroleum.De gefilterde olie gaat via een dompelpomp naar een IBC container.
Stap 6
Stap 6: Tussenopslag in IBC containers
In de IBC container van 1000 liter (ik heb er twee) laat ik de olie minimaal 3 weken uitzakken.Na drie weken wordt het vat leeggepompt en de inhoud overgebracht naar een tweede IBC container. Daar kan het weer drie weken uitzakken. Het overpompen gaat met een waterpomp of een dieselpomp met een terugslag klep.De terugslag klep hangt ongeveer op 10 cm van de bodem van het vat. Daardoor blijft eventueel bezinksel achter in het vat. Het bezinksel kan worden afgetapt en weer terug naar stap 2.
Stap 7
Stap 7: Eindfilter: 1 mu
Als de olie in de IBC container lekker is uitgerust, wordt de olie overgepompt naar een derde filtertoren met 1 mu filters. Deze toren is gelijk aan die met 90-100 denier filterkousen, met dien verstande, dat er 8 filterpijpen zijn. In die pijpen zitten filterzakken, die 1 mu doorlaten (Lampe, 10 euro per zak). De olie loopt erdoor in een halve dag. Na 1 dag is het filter verzadigd en moet schoongemaakt worden (spoelen in diesel, neopreen handschoenen aan !). Per dag kun je zo 150 tot 200 liter filteren.Op de container voor eindopslag staat een dieselpompje om vanuit de container jerrycans te kunnen vullen. Het pompje zuigt de olie aan op 10 cm van de bodem van de container. Het pompje met slangen, terugslag klep en vulpistool werd geleverd door Peus (115 euro).Het product is nu klaar voor gebruik. Alles wat ik teveel produceer wordt verkocht aan liefhebbers.Met deze methode inmiddels anderhalf jaar ervaring. Het product blijft zeker een jaar goed, mits kathlon of een weinig petroleum toegevoegd wordt. Geen problemen met vervuilde brandstoffilters.
Het product is wel gevoelig voor lage temperaturen: bij ongeveer 0 graden Celsius begint het iets uit te vlokken. Dit is te verhelpen door bijmengen met diesel of petroleum. Bij een proefje in de diepvries bleek, dat het product stolt. Het ziet er dan uit als boter. Je kunt het dan alleen gebruiken als je een verwarmde brandstoftank hebt.
Bij een eenvoudig testje bleek de viscositeit bij 20 graden Celsius iets vloeibaarder te zijn dan zonnebloemolie. Problemen met een onverwarmd tweetanksysteem hebben zich nog niet voorgedaan (minimum temperatuur tot nu toe min 5 graden Celcius).
Ook mengers ondervonden tot nu toe geen problemen met viscositeit.
Maar let op! De viscositeit hangt ook sterk af van de soort olie, het gebruik van de olie door de frituurder en de temperatuur tijdens het filterproces.Het potje op de foto (stollen bij – 20 graden) is soja olie, waarin weinig in gebakken is en die gefilterd is bij een omgevingstemperatuur van ongeveer plus 10 graden. Gebruik je soja olie, die veel gebruikt is bij een filtertemperatuur van 25 graden, dan stijgt het stollingspunt naar min 1 graden.
Nog wat opmerkingen
Nog wat opmerkingen.
Schoonmaken filters.
Voor het schoonmaken van de filterzakken en de nylonkousen is een ouderwetse wringer een must. De opgevangen prut wordt gemengd met zaagsel in de houtkachel omgezet in warmte.De 90 denier kousen van het voorfilter worden niet gespoeld, alleen uitgewrongen. De 90 denier kousen van het tussenfilter worden uitgewrongen en bewaard in een busje petroleum.De 1 mu filterzakken worden uitgewrongen en daarna gespoeld in een vaatje met dieselolie.Dit gebeurd nog met de hand. Zal vervangen worden door iets beters. Ik weet nog niet wat
Ontwateren
Ik heb aangenomen, dat met het wegvangen van de emulsie al het water en de daarin opgeloste verontreinigingen zijn verdwenen. Berichten geven aan, dat er nog watermoleculen tussen de grotere oliemoleculen opgesloten zouden kunnen zitten.
Deze watermoleculen zouden cavitatie schade kunnen opleveren tijdens de verbranding. Om uiteindelijk ook de laatste restjes water te kunnen verwijderen ken ik slechts 1 simpele oplossing: Er is water absorberend materiaal in bolletjes te verkrijgen. Zodra de bolletjes verzadigd zijn met water, veranderen zij van kleur. De bolletjes zijn eenvoudig te regenereren door ze langzaam te verwarmen. De bolletjes zijn niet goedkoop.
Het verhitten van de olie om al het water eruit te krijgen is niet mogelijk.
Kan het eenvoudiger ?
De methode, die ik gekozen heb, lijkt natuurlijk een hele fabriek. Voor de doe-het-zelver, die minder wil maken kan het natuurlijk allemaal eenvoudiger. Mijn advies voor kleinere hoeveelheden: filter in stappen: voorfilter-10 mu-tussenfilter-eindfilter. Als je dat niet doet, loop je tegen verstoppingen aan. Verder is tijd belangrijk: laat de olie zo lang mogelijk uitzakken.
Kan het sneller ?
Ja natuurlijk kan het sneller: installeer meer filters en bezink tonnen of stap over op een industriëlere methode: schaf een decanteer centrifuge aan (tweedehands 2000-4000 Euro) en filter dat eindproduct nog een keer door een 1 mu filter.
Verliezen
Het verlies bij een goede kwaliteit van aangevoerde olie is in mijn geval ongeveer 5 procent.
Waarom geen warmte toevoeren ?
Twee overwegingen: In de eerste plaats wordt de installatie daardoor nog ingewikkelder en elektrisch verwarmen is niet goedkoop. In de tweede plaats moet het product geschikt zijn om bij te mengen of geschikt voor een onverwarmd tweetank systeem. Als je verwarmd tijdens het filterproces, worden alle vetten ook vloeibaar en gaan door je filter heen en stollen laten in het eindproduct. Als je een verwarmde tweede tanksysteem hebt, is het allemaal niet zo’n punt en kun je m.i. met een 90 denier kous filter volstaan.
Ervaringen en aanpassingen na een jaar gebruik.
Inmiddels is de installatie een jaar in gebruik. Dit zijn mijn ervaringen:
1. Het product is meer dan 5 maanden stabiel. Dat zou betekenen, dat het water er inderdaad uit is.
2. Het uitwassen van de filters gaat nu niet meer met diesel, maar met petroleum. Petroleum lost wat beter op en is goedkoper dan Diesel.
3. Bij temperaturen beneden 5 graden Celsius stagneert het proces. De aangeleverde olie is moeilijk te verpompen en het bezinken verloopt uiterst traag. Ook de filters lopen snel vol. Het afvalpercentage stijgt. Het probleem is enigszins te ondervangen door petroleum toe te voegen aan het begin van het proces. Je kunt beter wachten tot de temperaturen boven 10 graden komen en een wintervoorraad aanleggen.
4. Om de verwerkingssnelheid te bevorderen en een betere viscositeit te krijgen voeg ik nu standaard 6 procent petroleum toe in de eerste stap. Hierdoor blijven de filters veel langer goed en verloopt het proces sneller (bij 25 graden buitentemperatuur 300-400 liter per dag). Ook het bezinken kan bij temperaturen boven 15 graden bekort worden tot 4 dagen. Nadeel is natuurlijk, dat de VWO per liter ongeveer 5 cent duurder wordt.
5. De viscositeit van het eindproduct is sterk afhankelijk van de aangeleverde soort olie en de temperatuur tijdens het filterproces. Filteren bij 25 graden en voornamelijk Arachide olie levert een eindproduct, dat stolt bij –1 graden Celsius. Filteren bij 10 graden en voornamelijk soja olie levert een product op dat stolt bij veel lagere temperaturen (-5 tot –10 graden Celsius). E.e.a. betekent, dat in de zomer gefilterde arachide olie zonder toevoeging van diesel of petroleum niet te gebruiken is bij temperaturen onder het vriespunt. Soja olie heeft dit probleem veel minder.






































